Martin Weeda

Martin Weeda

martin-weeda-site

Hoe vrij was Nederland eigenlijk na de bevrijding? Als kind groeide ik op in Maassluis in een sterk verzuilde samenleving met veel ‘verplichtingen’. Zo moest ik bijna 2 kilometer lopen naar de kleuterschool; twee keer op een dag heen en twee keer terug, omdat de dichtstbijzijnde kleuterschool niet van onze kerk was. Op zondag moest je nette kleren aan, naar de kerk en daarna, vaste prik, op bezoek bij opa en oma. Als ik wilde voetballen, moest dat natuurlijk bij Excelsior-M, ook al was daar een wachtlijst van een jaar. Brood haalde je bij de bakker die van dezelfde kerk was. Zo ging dat toen.
Ook op school werd je kort gehouden. Ik zat in 2 havo, op Westland-Zuid in Vlaardingen, en kon allerminst goed opschieten met mijn toenmalige wiskundeleraar. Op een onbewaakt moment nam ik de gelegenheid te baat en kalligrafeerde in keurige schrijfletters (mijn bordschrift was toen al van hoge kwaliteit en ik zou daar jaren later als docent nog veel plezier aan beleven) de volgende tekst op het schoolbord in zijn lokaal: “Van der Griend is niet mijn vriend”. Toen mijn klasgenoten binnenkwamen was mijn doel bereikt: er werd hartelijk om gelachen. Maar ik werd naar de directeur gestuurd en die dacht waarschijnlijk, door stevig op te treden, deze dertienjarige rebel voorgoed monddood te maken. Ik werd gesommeerd om voor straf de dag na Hemelvaartsdag – een lesvrije dag – me op school te melden om de conciërge te assisteren. Mijn schone taak die dag was de radiatoren in de lokalen te ontdoen van resten chocolademelk en koffie. Die straf vond ik niét rijmen! Het betrof tenslotte een volledig op waarheid gebaseerde mededeling die de betrokkene slechts pijn zou kunnen doen als die wél bepaalde gevoelens voor míj zou koesteren. Maar ik kan me niet voorstellen dat daar sprake van was.
In de jaren ‘70 werd het snel beter met de vrijheid. De verzuiling begon af te brokkelen, de seksuele moraal werd opgerekt en de bikini werd omgeruild voor een monokini. Wij konden zeggen wat wij dachten en ook naar jongeren werd geluisterd. Nederland was modern, vrij en tolerant.
Mijn vrijheid is kunnen zeggen en schrijven wat je denkt. Dat ik als stadsgids van Maassluis de Gouden Eeuw gewoon de Gouden Eeuw mag blijven noemen. Dat wij op Koningsdag met elkaar op de Markt de zilvervloot blijven binnenhalen. Dat de Witte de Withstraat (What’s in a name) gewoon de Witte de Withstraat blijft heten. En dat half november Sinterklaas Maassluis mag binnenvaren met zijn trouwe secondant Zwarte Piet aan zijn zijde.
 
Martin Weeda
 
P.S. Als deze column wordt geplaatst is er nog hoop.

Deel deze post